Home

Financieel beleid

2.1 De financiële positie geactualiseerd

Na vaststelling van de programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 en het financieel resultaat van deze zomernota laat het financieel perspectief onderstaand geactualiseerd beeld zien:

Doorkijk financieel perspectief 2024-2028

Bedragen * € 1.000

S=structureel
E=eenmalig

- is voordeel

Omschrijving

S/E

2024

2025

2026

2027

2028

Begrotingsresultaat 2024-2027 bij aanbieding programmabegroting 2024

S

-2.213

-2.710

1.060

1.865

1.865

E

4.051

1.851

1.986

783

0

Aangenomen amendementen:

Extra taakstelling 'Nieuw voor Oud' vanaf 2027

S

-200

-200

Budgetten Raad nieuw beleid van structureel 2024-2027 naar eenmalig voor 2024 en 2025

S

-85

-80

-90

-85

-85

E

85

80

Begrotingsresultaat 2024-2027 na vaststelling van de begroting

S

-2.298

-2.790

970

1.580

1.580

E

4.136

1.931

1.986

783

0

Totaal

1.838

-859

2.956

2.363

1.580

Financieel resultaat zomernota 2024

S

-1.709

948

-1.478

-2.432

-2.591

E

-890

-96

-5

210

-1

Doorkijk financieel perspectief

S

-4.007

-1.842

-508

-852

-1.011

E

3.246

1.835

1.981

993

-1

-761

-6

1.473

141

-1.012

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is het financieel meerjarenperspectief aanmerkelijk positiever dan bij de begroting 2024-2027 is gepresenteerd. In het perspectief zijn onder andere de (positieve) resultaten van de meicirculaire 2024 verwerkt. We ontvangen over het jaar 2024 en vanaf het jaar 2026 een hogere algemene uitkering gemeentefonds, met name door hogere accressen, bijstelling van verschillende maatstaven en het vervallen van de opschalingskorting vanaf 2026. Hier  staat een korting op het gemeentefonds in 2025 tegenover. Voor dat jaar ontvangen we derhalve een lagere algemene uitkering dan bij de begroting 2024-2027 was voorzien.
Tot en met 2023 gold voor de ontwikkeling van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen of dalen, het gemeentefonds evenredig meegroeit of afneemt (trap-op-trap-af systematiek). Vanaf de meicirculaire 2024 is het rijk overgestapt op een nieuwe financieringssystematiek, waarbij het accres is gekoppeld aan het Bruto Binnenlands Product (BBP).
Over de ontwikkelingen algemene uitkering is uw raad via een separate informatienotitie nader geïnformeerd.  
Ondanks het schrappen van de opschalingskorting is er vanaf 2026 nog steeds sprake van 'een ravijn' voor gemeenten.   We moeten vaststellen dat taken, middelen en ambities vanaf 2026 uit balans zijn gebracht door eerdere besluiten van het Rijk. Om taken en middelen vanaf 2026 weer in balans te brengen, is er nog veel werk te verzetten. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet zijn stappen in het herstellen van deze balans nog niet zichtbaar. Zoals in het akkoord te lezen is, zal het nieuwe kabinet via de VNG met gemeenten in gesprek moeten treden voor verdere uitwerking van het akkoord. Tot die tijd blijft de financiële toekomst voor gemeenten ongewis.
De uitwerking van het hoofdlijnenakkoord en de gevolgen daarvan voor gemeenten worden op z'n vroegst verwacht bij de komende septembercirculaire dan wel in latere circulaires van het rijk.
In bovenstaand financieel perspectief is nog geen rekening gehouden met autonome ontwikkelingen en nieuw beleid dat zich ongetwijfeld in de periode 2025-2028 zal aandienen.  Denk daarbij aan 'de drie grote opgaven' te weten de groei van de gemeente Raalte, leefbare en toekomstbestendige dorpen en wijken en een toekomstbestendig buitengebied. Daarnaast blijven we in financiële zin ook accent leggen op de pijlers bestuurlijke vernieuwing/participatie, duurzaamheid en dienstverlening. Daarnaast spelen de kosten van onderwijshuisvesting (integraal Huisvestingsplan onderwijs), de onderhouds- en vervangingsopgave openbare ruimte en de sterke kostenstijgingen binnen het sociaal domein een belangrijke rol.
Daarom blijft het richting de komende (meerjaren) begroting 2025-2028 een uitdaging om tot een financieel sluitend meerjarenperspectief te komen.

Ontwikkeling algemene bestemmingsreserve
Het verloop van de algemene bestemmingsreserve is in  onderstaande tabel toegelicht. Uit deze tabel blijkt dat de algemene reserve uitkomt op een bedrag van € 20,24 mln. per ultimo 2028. Bij de programmabegroting 2024, respectievelijk de jaarrekening 2023 was per ultimo 2027 een saldo voorzien van € 7,67 mln. en € 12,78 mln. De stijging van de algemene bestemmingsreserve ten opzichte van de jaarrekening 2023 vindt nagenoeg geheel zijn oorzaak in het voordeliger geschetste meerjarenperspectief bij deze zomernota.

Stand algemene bestemmingsreserve

Bedragen * € 1.000.000

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

Verwachte stand per 1 januari

20,84

22,26

21,62

19,78

19,39

Mutaties 2024 (inclusief bestaande claims)

0,60

Doorschuiven (eenmalige) kredieten t/m 2024 naar 2025 en verder

-0,90

-0,59

-0,37

-0,25

-0,16

Dekking begrotingsresultaat 2024-2028 bij aanbieding begroting

-1,84

0,86

-3,05

-2,65

-1,87

Vastgestelde amendementen begroting 2023 en 2024

-0,05

-0,05

0,10

0,29

0,29

Afromen reserve statushouders en vluchtelingen bij zomernota 2024 ten gunste van de algemene reserve

1,00

Financieel resultaat zomernota 2024

2,60

-0,85

1,48

2,22

2,59

Verwachte stand per ultimo jaar

22,26

21,62

19,78

19,39

20,24

Deze pagina is gebouwd op 01/06/2025 09:19:01 met de export van 12/27/2024 16:30:00