5.2.4 Stand van zaken Jeugd
In onderstaande tabel is weergegeven dat het resultaat jeugd negatief is bijgesteld van € 511.000 negatief naar € 2.457.000 negatief. Een negatieve bijstelling van € 1.946.000. Het resultaat wordt onttrokken aan de reserve sociaal domein. De negatieve bijstelling wordt veroorzaakt doordat we een stijging zien van de kosten van specialistische jeugdvoorzieningen.
Ontwikkeling beschikbare middelen en uitgaven jeugdhulp | |||
Bedragen in € | - is voordeel | ||
---|---|---|---|
Begroting 2024 | Bijgestelde begroting zomernota 2024 | Mutaties 2024 | |
Middelen Jeugdhulp | 14.218.000 | 14.218.000 | 0 |
Landelijke tarief jeugdbescherming (GI) | 0 | 120.000 | -120.000 |
Hogere prijsstijging spec. Jeugd | 109.000 | -109.000 | |
Totaal middelen | 14.218.000 | 14.447.000 | -229.000 |
Formatie en algemene voorzieningen | 2.499.000 | 2.399.000 | -100.000 |
Specialistische jeugdvoorzieningen | 12.587.000 | 14.505.000 | 1.918.000 |
Taakstelling jeugd (herv. Agenda) | -357.000 | 0 | 357.000 |
Totaal uitgaven | 14.729.000 | 16.904.000 | 2.175.000 |
Prognose resultaat Jeugd | 511.000 | 2.457.000 | 1.946.000 |
Er zijn een aantal oorzaken van de hogere kosten van specialistische jeugdvoorzieningen en daarmee samenhangend het negatieve resultaat op jeugd:
- Invoering van landelijke tarieven voor Gecertificeerde Instelling (GI). Zij voeren de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit en doordat de caseload per medewerker omlaag gaat is het tarief gestegen. Dit wordt voor 50% gecompenseerd vanuit het rijk.
- In 2023 is een transformatieconvenant opgesteld met aanbieders van specialistische zorg. De uitwerking hiervan kwam in 2023 en begin 2024 nog moeilijk van de grond. In 2024 is hier vanuit de regio (aanbieders en gemeenten) steeds meer aandacht voor middels initiatieven die bijdragen aan de transformatie opgaven. We zien dat de financiële doorvertaling hiervan nog tijd kost.
- Toename van een aantal dure cliënten/ complexe casussen. Er is bijvoorbeeld 1 jeugdige waarvoor we op jaarbasis € 700.000 aan kosten hebben, omdat gecontracteerde aanbieders geen plek hadden voor de jeugdige en er daarom met behulp van ongecontracteerd aanbod een maatwerkplek gecreëerd is.
- Stijging aantal unieke cliënten in specialistische jeugdhulp.
- Hogere kosten als gevolg van de invoering woonplaatsbeginsel jeugd.
- Landelijke en regionale ontwikkelingen: er wordt gestuurd op afbouw van JeugdzorgPlus, echter het aanbod van intensieve ambulante begeleiding en kleinschalig wonen is nog ontoereikend en onsamenhangend. Het gevolg is dat er dure maatwerkoplossingen of stapeling van aanbod wordt ingezet.
- Inkoopmodel jeugd: Er vinden nog altijd aanpassingen van tarieven jeugd plaats via RSJ naar hogere intensiteiten. Daarnaast worden bijvoorbeeld bij zorgboerderijen hoge tarieven gevraagd terwijl er kinderen zitten met een relatief lichte zorgvraag.
- De begrote taakstelling voor maatregelen hervormingsagenda jeugd worden in 2024 naar verwachting niet behaald.